Racisme is niet een probleem ver weg

20 juni 2020

Want ook Culemborgers worden geconfronteerd met racisme in hun leven. Anouk Olsthoorn sprak twee Culemborgers over hun ervaringen. De geïnterviewde stadsgenoten wilden liever niet met hun naam en toenaam genoemd worden. Lees hieronder het eerste interview, met tot slot bemoedigende woorden.

Interview 1:

“Het was de opeenstapeling van gebeurtenissen dat er mensen dood gingen. Drie mensen in zo’n korte tijdsspanne. Deze Coronatijd is zo rustig dat je er niet om heen kan. Normaal gesproken zitten we in een drukke maatschappij en laat je dat soort dingen ook snel weer los. Maar nu kan je er niet om heen. De woede ontketende omdat we er de tijd voor hadden. De tijd om het onder ogen te zien. De druppel die de emmer deed overlopen. Nu is er een grote beweging. Nu is er momentum. Nu is het de tijd om je uit te spreken.”

“Ik heb me vaker uitgesproken. Als mij werd gevraagd ‘Wat zou je willen veranderen’ dan is mijn antwoord ‘racisme’. Vanaf het moment dat bewust ben van mezelf speelt dit al. Elke keer als ik me uitsprak werd ik de grond weer ingetrapt. Dan zeggen ze ‘Dat is een slachtofferrol’, ‘Dat moet je wegwuiven’. Omdat mensen zich aangevallen voelen. De laatste keer dat ik me echt uitsprak was bij een zwarte pieten discussie. Vier jaar geleden was dat. Ik heb mijn ervaringen gedeeld op social media. Ik kreeg een storm aan racistische reacties. Ik dacht ‘laat maar, het heeft toch geen zin’. Deze discussie is een symptoom van de racistische wereld waarin we leven. Maar er valt alleen een ja of nee antwoord te geven op de moraliteit van zwarte piet. Niet op de oorzaak van deze gevoelens. Ik ben weer stil geworden. Ik heb gewacht tot het moment tot de bron besproken kon worden.”

“Ik denk dat je je onbewust toch weer meer gaat aanpassen. Het maakt je ook verdrietig. Dat je een deel van jezelf niet kenbaar kan maken aan de mensen om je heen. Je moet met die extra glimlach komen. Meelachen om grapjes wanneer dat van je verwacht wordt. Jezelf extra hard bewijzen. Extra je best doen. Je inhouden en niet uitspreken. Omdat je weet dat het je anders je relaties gaat kosten, de goedkeuring, de tolerantie. Je voelt constant een oordeel boven je hoofd hangen.”

“Soms gebruiken mensen wel eens de term bounty. Donker van buiten blank van binnen. Voor donkere mensen heeft het een negatieve betekenis. Voor witte mensen heeft het juist een positieve betekenis. Jij bent er één van ons. Jij bent wel een goeie. Je denkt het juiste. Je bent nog wel lekker exotisch, maar je laat ons niet ongemakkelijk voelen. Je doet niet moeilijk.”

“Ik heb meegemaakt, toen ik nog een kind was en ik in de Zonnebloemstraat liep, dat volwassen mannen zeiden ‘ga terug naar je eigen land’.

“Het doet wat met je identiteit, dat ongewenst voelen. Je krijgt het gevoel ‘waar hoor ik dan bij?’ Als je je niet gerepresenteerd voelt. Als je je niet herkent in de beelden die je ziet van de wereld om je heen. Dat draagt bij aan al die stigma’s. Als je mensen hoort zeggen ‘Ik ga toch liever voor een blanke vrouw’, dan denk ik ‘ben ik dan niet mooi genoeg?’. Dat de media je constant in een bepaald daglicht zet. Je moet het dan echt uit jezelf halen om in jezelf te geloven. Het is ook zo diep geïntegreerd in onze samenleving en onze maatschappij dat donkere mensen ook stigma’s geloven over zichzelf. Het werkt zelfhaat in de hand.”

“Ik denk dat je het kan vergelijken als een kind dat op school wordt gepest. En hij wordt de hele tijd uitgescholden ‘Je bent lui, je bent dom, je kan dat niet’. Dat kind kan later naar een psycholoog en dan dat trauma verwerken. Wij worden getraumatiseerd. Maar er is geen psycholoog die dat erkent. Het is als emotionele mishandeling. Je kan van een ouder zeggen dat die z’n kind emotioneel mishandelt. Maar wat als die ouder de regering is of de maatschappij als geheel. En je kan je er niet van losmaken. Het beperkt mensen ook echt. Je raakt minder gemotiveerd of depressed. Het drukt je naar beneden. Het demotiveert je. Het doet wat met je. Het is pesterij in de grootste vorm. En het is collectief. En het wordt niet erkend. En je krijgt geen tijd om te helen en om het te verwerken. Er is geen zorg voor. Er wordt geen verandering gecreëerd. Sterker nog. Er liggen zelfs stigma’s op als je je uit dat het een probleem is. Want dan ligt het aan jezelf. Er wordt gezegd ‘je zit in de slachtofferrol’ ‘je moet je niet aanstellen’. Voor mij is dit realiteit. Laatst had ik wel een moment dat het opeens insloeg wat voor effect het op me heeft gehad. Maar ik kan er niks mee doen. Er zal niks veranderen als witte mensen hier zelf niet voor open staan. Tot dat moment kunnen wij er niet van helen.”

“Ik heb rechten gestudeerd. Op een gegeven moment mochten we de rechter gaan interviewen. Ik zat daar met een groep rechtenstudenten. Ik vroeg ‘Heeft uw werk uw beeld op mensen beïnvloed?’. En die rechter zegt letterlijk ‘Ik kijk met een andere perceptie naar mensen met een kleurtje’. Met een bevooroordeelde blik en gevoelens. Hij sprak dit uit met een soort walging. Een andere student vroeg ‘Komt dat niet door etnisch profileren?’. En hij vond dat niet. Als een rechter zich al zo comfortabel voelt om zich zo uit te spreken. Hoe moet ik dan vertrouwen hebben in het rechtssysteem?”

“Er zijn ook mensen die met het argument komen ‘zwarte doen dat ook’, maar uiteindelijk zijn we geïndoctrineerd door hetzelfde systeem.”

Bemoedigende woorden:

“Wanneer anderen je misschien hebben afgestempeld als lui, niet goed genoeg of dom, of je naar beneden hebben gehaald: weet dat je dapper bent en veerkrachtig en sterk. Dat zijn niet de termen die mensen op je gooien, maar moet je wel van jezelf weten.”