In memoriam: Jack van der Winkel

16 augustus 2018

Vorig jaar zomer werd duidelijk dat Jack ongeneeslijk ziek was. Hij leek zelf eigenlijk niet eens zo heel zwaar aan de dood te tillen. ‘Ik heb een prachtig leven gehad’, zei hij meer dan eens. Zijn voornaamste zorg leek eigenlijk vooral de toekomst van zijn – wat we gerust zo mogen noemen – levenswerk: Culemborg zoals het was.

In de afgelopen 25 jaar heeft Jack – met onuitputtelijke energie – veel werk gemaakt van de geschiedenis van gewone Culemborgers in de laatste 150 jaar: onderzoek gedaan, informatie en foto’s verzameld, stukken geschreven, verhalen verteld. Veel daarvan is vastgelegd: in boeken, op dvd’s en op tapes, en niet in de laatste plaats op de website culemborgzoalshetwas.

Hij heeft gelukkig nog in alle rust en in alle vertrouwenzijn nalatenschap door kunnen geven aan de erven die al jaren meeliepen, de Stichting Culemborgzoalshetwas.

De beschrijving van Jack’s persoonlijke geschiedenis was – wonderlijk genoeg – beperkt gebleven tot een verzameling knipsels. Ja, er waren feiten en anekdotes beschreven uit de schoot van de familie van der Winkel. Bijvoorbeeld over hun plaats in het landschap van Culemborgse sigarenmakers aan het begin van de 20e eeuw. Over hun kleine ervaringen bij grote gebeurtenissen. En over het ontstaan van de bijnaam van Jacks overgrootvader – de Roeiboot – die daarna op de hele familie overging.

Maar hoe zat het nou met die ‘gewone Culemborgse jongen’, die arbeider en vakbondsman, politicus en historicus, maar bovenal een mens van formaat was geworden?

In 1959 trad Jack als monteur in dienst bij Volvo Bedrijfswagens, in de volksmond ‘De Graozie’. Hij zou daar 36 jaar blijven.

In die tijd gold in Culemborg een baan bij ‘de Gispen’ voor gewone arbeiders als de jackpot. Maar Jack had al vroeg besloten dat hij geen eentonig werk in een fabriek wilde gaan doen. Hij hield van het werk als vrachtwagenmonteur. Het werk vereiste steeds weer nieuwe vakkennis en vroeg ook om het slim kunnen oplossen van problemen. En hij was daarbij eigenlijk ook’eigen baas’.

Maar zijn Volvo-tijd laat zich ook lezen als pure vakbondsgeschiedenis.

Jack wierp zich al vroeg op als pleitbezorger van fatsoenlijke werkomstandigheden. Iets waar de garage bepaald niet in uitblonk, maar wat voor die tijd ook niet ongewoon was. Er kwam op zijn aandringen al snel een fatsoenlijke afzuiging voor de uitlaatgassen, die vrijkwamen bij het binnen repareren en testen van de vrachtwagens. En er kwam een spoelsysteem voor de asbestdeeltjes, die loskwamen bij het schoonmaken vande remvoeringen.

Van 1986 tot 1994 was Jack – naast zijn overige bezigheden – ook gemeenteraadslid voor de Partij van de Arbeid. Een periode waar hij met gemengde gevoelens op terugkeek. Gewend aan de snelle, concrete vakbond moest hij erg wennen aan – zoals hij dat formuleerde – ‘het eindeloos ouwehoeren tot midden in de nacht’.

Jack rekende ook het oplossen van individuele problemen tot zijn taak als gemeenteraadslid: toen iemand een driewieler nodig bleek te hebben, bracht hij dat persoonlijk ter sprake in de commissie sociale zaken.Jack vond dat beslist geen nepotisme of vriendjespolitiek: hij wilde juist aan de orde stellen wat er speelde en dat vervolgens in volledige openheid oplossen. Ook als het om individuele gevallen ging, die daarmee juist een breekijzer konden vormen voor een structurele oplossing. Hij vond dat de huidige lokale politici dat ook veel meer zouden moeten doen.

Met zijn eerste versie van de website www.culemborgzoalshetwas.nl liep hij ver voor op de toen voorzichtig opkomende belangstelling voor de geschiedenis van alledag en op het digitaal aanbieden daarvan. Onvermoeibaar heeft hij tot op het laatst zijn stip op de horizon bewaakt. Dat de waardering daarvoor inmiddels Culemborg-breed is, heeft voor hem de cirkel rond gemaakt.

 

Dag Jack.

Zonder jou is Culemborg niet meer hetzelfde, niet meer zoals het was…

 

Dit is een verkorte versie van het verhaal dat Wilma Dehing hield tijdens de gedenkbijeenkomst.