Door op 27 april 2013

100.000 of meer is teveel voor Culemborg

Gemeenten moeten meer dan honderdduizend inwoner hebben. Dat zei minister Plasterk van Binnenlandse Zaken deze week. De taken die door de rijksoverheid aan gemeenten worden uitbesteed kunnen alleen grotere gemeenten uitvoeren, vindt hij. Voor Culemborgers lijkt dit misschien een bureaucatische discussie die over hun hoofd wordt gevoerd, maar dat is niet zo.

Er zijn goede redenen te bedenken waarom de gemeente nog meer aan zet is om jeugd, langdurig zieken en ouderen te ondersteunen op lokaal niveau. De overdracht van taken aan gemeenten is daarom logisch. Zij kennen, als het goed is, hun inwoners het beste en kunnen, als het goed is, korte lijnen leggen tussen instanties die onze inwoners helpen.

Kortom, als een Culemborger in de problemen komt, heeft hij er voordeel van dat hij via de gemeente goed toegang heeft tot de ondersteuning om zelfstandig en sociaal te kunnen leven. Die zekerheid moet de gemeente hen te allen tijde willen en kunnen bieden.

De vraag is echter of bijvoorbeeld één grote gemeente in het Rivierenland de gewenste schaal is om overheidstaken te organiseren. Als je niet uitkijkt wordt schaalvergroting en de besparing die dat kan opleveren tot doel verheven. Dan verliezen wij het zicht op hen voor wie en met wie we werken: de inwoners. Kijk naar wat er met de opgeschaalde energiebedrijven of heel grote woningcorporaties is gebeurd. Die waren ook meer met het eigen belang dan het publieke belang bezig.

De PvdA maakt er een punt van dat Culemborg bestuurlijk zelfstandig en lokaal aanspreekbaar en toegankelijk blijft voor haar inwoners. Dus: een eigen raad die scherp heeft wat inwoners vinden en verwachten van de gemeente en daarop stuurt, een eigen college van B&W dat als een filmregisseur het beste uit de spelers in de stad haalt en een kleine groep ambtenaren die behulpzaam is, denkt in mogelijkheden en vaardig is om mensen en organisaties samen te brengen.

Alleen dan behouden we de bestuurlijke kracht van Culemborg. Die kracht zit ‘m overigens eerst en vooral in de mensen die hier wonen, werken en zich maatschappelijk inzetten. Er zijn veel voorbeelden te geven van vrijwilligersorganisaties die onze sociale veerkracht iedere dag ondersteunen, bijvoorbeeld bij Klaartje en Betuwe Wereldwijd. Maar ook de werkmeesters in het Participatiehuis laten zien ze de haarvaten van de gemeenschap kennen. Ze halen er kansen op werk uit voor Culemborgers. Die waarde moeten we niet verloren laten gaan.

De PvdA wil er wél over nadenken om ambtelijke organisaties in de regio samen te voegen tot één uitvoeringsorganisatie voor meerdere gemeenten en hun gemeentebesturen. Of bestaande regionale organisaties te vragen er taken bij te nemen. Of gemeenten taken voor elkaar uit te laten voeren.

Er zijn nu voorzichtige stappen op bijvoorbeeld het gebied van ICT, maar dat kan wat betreft de PvdA sneller en op meer taken. De BSR voor belastinginning en de Avri als regionale afvalverwerker zijn inmiddels goede ervaringen. Dat is aantoonbaar goedkoper en de lokale zeggenschap over wat Culemborg wil blijft overeind.

De hele discussie over regionale samenwerking tussen gemeenten en herindeling zorgt hopelijk ook voor een kentering in de bestuursstijl in Culemborg.

Van: een gemeentebestuur die op het stadskantoor plannen bedenkt, die uitstort over de gemeenschap, roept dat ze vooral moeten méédoen aan wat zij willen en verontwaardigd is als er weerstand komt, uiteindelijk defensief wordt en naar binnen keert.

Naar: een gemeente die inwoners, ondernemers en organisaties helpt Culemborg nog mooier te maken, vanuit een gemeenschappelijk toekomstbeeld en de nodige saamhorigheid.

En vooral niet: onder het mom van eigen verantwoordelijkheid en efficiency de in eeuwen opgebouwde verbondenheid van Culemborg te grabbel te gooien. We doen het met elkaar en voor elkaar.

Gerben Jansen